woensdag 4 februari 2015

Hoofd op pootjes


Het is februari. De Maand van de Spiritualiteit. Met dit jaar als thema Het Gelukkige Lichaam. En dat terwijl er zoveel mensen geveld zijn door de griep deze winter. Goed moment om hier even bij stil te staan. Hoe gelukkig zijn we met ons lichaam? Hoe goed zorgen we ervoor? Vaak is het lichaam er gewoon, vooral bedoeld om het hoofd overal naar toe te brengen. Of andersom: ons hoofd sleept het lichaam overal mee naar toe. Een hoofd op pootjes dus. Ken je het beeld van het rennende waterhoentje? Ik moet er altijd om lachen, alsof de pootjes de rest niet kunnen bijhouden. En zolang het lichaam het gewoon doet holt het wel mee. Misschien moeten we onze voeten eens bedanken, gewoon hardop zeggen: bedankt lieve voeten, voor al dat dragen en lopen, En ze dan belonen met een lekker voetenbadje en massage. In plaats daarvan stoppen we ze liever in een paar nieuwe laarzen. Het wordt anders als het lichaam je ineens in de steek laat maar je hoofd nog door wil. Dát is lastig. Misschien wil het lichaam ons dan wel iets vertellen en vraagt het ons te luisteren. Laten we lief zijn voor ons lijf. Zonder pootjes komen we nergens. Ons lichaam wil ook gelukkig zijn.

Van een lieve cursist kreeg ik een bijlage van de Trouw waarin een prachtig stuk stond over het lichaam, geschreven door Andrea Bosman. Ik wil het graag met je delen.

Je krijgt er maar één, en daar moet je het je hele leven mee doen. Je onderhoudt het, voedt het, wast het, droogt het af, smeert het in, kleedt het aan, steekt het in een spijkerbroek, een pak, een overall, hardloopschoenen, een mooie jurk, een zwembroek, een ski-outfit, een voetbaltenue, een pyjama. Het wandelt, fietst, rent, vliegt, klimt, valt, het bezeert zich. Er breken onderdelen. Het wordt ziek, en beter. Of niet. Het kan je verschrikkelijk in de steek laten. Het wordt koud, warm. Het is energiek, sterk. Of juist moe. Het wordt liefgehad, geaaid, gestreeld, gekust. Het wordt zwanger, het dijt uit, krimpt weer. Het wordt ouder. Je hongert het uit of propt het vol. Soms haat je het, maar dan ook écht. En dan weer ben je in staat er met grote mildheid en verwondering naar te kijken: naar jouw lichaam, dat er altijd gewoon maar is. Jouw lichaam met al zijn makkes, imperfecties en eigenaardigheden, met al die sporen die je zelf zo goed kent, en die vertellen van het leven dat je tot nu toe leidde, als een tastbaar landschap van herinnering.

maandag 30 juni 2014

Onderweg


Dit voorjaar was ik met mijn zoon in Parijs. Niets leuker dan de trein uitstappen in de wetenschap dat de stad aan je nog niet vermoeide voeten ligt. Behalve het genieten van alle mooie bezienswaardigheden vergaap ik mij het meest aan de smeltkroes van mensen. De metro is daar de uitgelezen plek voor. Vol met mensen die de Eifeltoren een rotzorg zal zijn maar die onderweg zijn. Onderweg, naar hun werk, hun studie, vrienden, familie of gewoon onderweg. Waar gaan ze naar toe? Waar komen ze vandaan? Daar zitten vast mooie verhalen tussen. Is daar al een TV programma van? Mensen onderweg, ik kan er niet genoeg naar kijken. En natuurlijk hebben we héél veel metro gehad, mijn zoon en ik, waarbij ik me altijd afvraag of de kilometers die ik door al die gangen onder de grond loop niet beter gewoon boven de grond had kunnen lopen. Zo was er een oude man, met een staartje en een gitaar op zijn rug, lezend in een vergeelde pocketeditie van Madame Bovary. Ik verzin er dan bij dat hij dat boekje vast heeft gekocht bij één van de leuke boekenstalletjes langs de Seine. Er was een meisje van een jaar of 6, die niet kon ophouden naar ons te kijken, zoals alleen kinderen dat kunnen. En natuurlijk waren wij het bekijken waard ;-). Er waren twee meiden die niet meer bijkwamen van het lachen… om ons! Dat moet ik even uitleggen. Wij stapten in een metrowagon terwijl we dachten, goh, lekker rustig in dit gedeelte. De deuren waren nog niet dicht of we snapten waarom. Iemand had de nacht ervoor zijn eten er uit gegooid. In het andere treinstel lachten de meiden ons toe en zagen ons kokhalzend met een sjaal voor het gezicht nét het volgende station halen. Er was een keurige, donkere, oudere man, hoed op, mooi pak, gepoetste bijpassende schoenen, statig en waardig zat hij daar, zo’n mooie oude kop van veel hebben mee gemaakt maar het allemaal overwonnen hebben. En dan die man in de war, zoals je er zo veel ziet in Parijs, die in de metro heel serieus een presentatie ging houden, wat (voor ons al zeker) niet te volgen was maar waar ook niemand naar luisterde. En dan die andere man in de war, die we aan de overkant op een perron zagen zitten in gesprek met iemand naast zich, alleen zat er niemand, ze hadden de grootste lol samen. En dan die Afrikaanse vrouw met een baby in een doek…op haar rúg, je hebt wel lekker je handen vrij natuurlijk maar ik heb vaak genoeg rugzakken tussen de metrodeuren zien komen, bij het nét te laat instappen. Wat lopen die Afrikaanse vrouwen trouwens toch altijd mooi recht, terwijl je zou denken dat ze misschien meer gebukt gaan onder zorgen dan wij. Maar ook buiten de metro genoeg te zien. De Italiaanse familie in het park bij de Eiffeltoren, die met zijn allen daar een crèpe kraampje runnen. Opa maakt de crèpes en zoon de grapjes, wonderwel de toeristen nog lang niet zat en vrolijk en blij hun werk doen, ik ga daar de volgende keer wéér een crèpe halen. Het Franse stelletje dat open op straat ruzie stond te maken, héél lang, want wij moesten héél lang op de bus wachten en hebben het schouwspel dus héél lang kunnen bekijken. Zij zat op een grote koffer, wat de aanblik nog dramatischer maakte en hij hield me daar een tirades, in het Frans, stiekem had ik het zó graag willen verstaan. Kortom, het was weer boeiend, zo’n stedentrip. En ja, natuurlijk heb ik ook de Eiffeltoren (weer) gezien en alle andere hoogtepunten van Parijs. Het blijft een prachtige stad met prachtige mensen. Ik snap ze wel, de schrijvers die een stad intrekken en zich laten inspireren door mensen. Kijken naar mensen onderweg en de schoonheid, de tragiek en de humor ervan kunnen ontdekken. Waarom kan ik thuis niet wat vaker toerist in eigen stad zijn? Blijkbaar ben ik dan zelf altijd druk en onderweg…

maandag 2 december 2013

Vuile was



Iedere zaterdag  wringt ie zich door onze brievenbus: de dikke AD! We hoeven ons weer niet te vervelen, gelukkig!  In die AD staat altijd de column van Angela. Wat Angela doet is TV kijken en dan neerpennen wat haar opvalt. Herkenbaar zijn haar stukjes. Maar net zoals soms de vreselijkste beelden van de vreselijkste oorlogen, rampen en honger aan ons voorbij gaan raken we ook langzamerhand immuun voor alle televisieprogramma’s. Totdat ik vorige week zaterdag het stukje van Angela las. Ze verbaasde zich erover wat mensen bezielt om voor pakweg 1,5 miljoen mensen hun vuile was buiten te hangen. Dit naar aanleiding van de nieuwste kijkcijfer hit: Verslaafd. Ze gaf even tussen neus en lippen door een opsomming van al die vuile was. En dat ís me toch een waslijn vol! Ik schrok ervan. Voor elk probleem of aandoening is er namelijk wel een programma die de oplossing biedt. Heeft je dochter anorexia? Bel Leontien! Ben je te dik? Bel Wendy! Stotter je? Dan moet je bij Arie Boomsma zijn! Verkeer je op voet van oorlog met je buren? Natasja Froger en John Williams staan voor je klaar! Maakt je man een potje van de verbouwing? Bankrekening leeg? Kleedt je moeder zich als een sloerie? Ruzie met je broer? Word je gepest? Is je huis onleefbaar door de troep? Niet tevreden met je neus? Rare uitslag op je edele delen? Hilversum biedt hulp! Met net zoveel enthousiasme als voor giro 555. Ik werd er stil van, van dit rijtje. Blijkbaar zijn we volledig de schaamte voorbij met zijn allen. We schamen ons niet om ons aan te melden en we schamen ons niet om ernaar te kijken. Zoveel mensen die zich laten leiden door de illusie dat op TV alles lukt. Van mij mag Angela op TV! Met een nieuw programma: Angela schudt wakker!

maandag 4 november 2013

Kookpunt


 

Ineens had ik mijn kookpunt bereikt. En geloof me, je kan mij heel lang laten sudderen. Maar na het zoveelste  “gadver wat heb je nu weer gemaakt?” was ik het zat. Oké, het zijn pubers en oké, ik ben geen sterren kok, maar nu waren de rapen gaar, de messen geslepen en was ik er klaar mee een zacht eitje te zijn. “Koken jullie voortaan lekker zelf” riep ik aangebrand. En dat bleek een goed idee. Vanaf nu mag ik me op woensdag niet meer in de keuken vertonen en koken mijn kinderen dus om de beurt lekker zelf. En dan the whole thing, hè! Dus een maaltijd bedenken, boodschappen doen én koken. En geen kant en klaar voer, nee, ze zijn ambitieus, mijn kinderen. Alles om te bewijzen dat ze lekkerder kunnen koken dan ik. En ik mocht me nergens mee bemoeien werd nog even gezegd. Zoonlief die tot nu toe niet verder was gekomen dan het bakken van een ei neemt zijn taak serieus. Ik tref hem aan op de bank, al bladerend in de Allerhande. Dochterlief kijkt ineens 24Kitchen. En wat hebben ze ons verrast! Een eenpansgerecht met kikkererwten en braadworstjes, kippenpootjes met salade en gebakken aardappeltjes, een Mexicaanse tortillataart , zelfgemaakte pizza. Eerlijk is eerlijk, ik had het niet lekkerder kunnen maken. Natuurlijk heb ik ze de hemel in geprezen, als de dood dat mijn kookverlof weer wordt ingetrokken. Voorlopig sta ik op woensdag even lekker op een laag pitje. Ik denk dat ik binnenkort maar eens boos ga roepen dat ze voortaan maar lekker zelf moeten wassen, strijken, stofzuigen, maar gek genoeg krijg ik daar nooit commentaar op…


 
 

woensdag 2 oktober 2013

Overgave



En zo gebeurde het… dat ik na een zomer met sluimerende pijn in mijn rug vorige week ineens geen stap meer kon zetten. Erg lastig als je wekelijks yogalessen geeft. Had ik dan toch beter naar dat sluimeren moeten luisteren? Het sluimert tenslotte niet voor niets. Als geen ander had ik dat kunnen weten. Hoe vaak vertel  ik mijn cursisten niet om goed naar hun lichaam te luisteren en rekening te houden met hun mogelijkheden? Maar zoals een timmerman vaak blind is voor de klusjes in zijn eigen huis, zo blind ben ik geweest voor mijn eigen pijntjes. En met “had ik maar” kom ik niet verder. Maar hoe dan wel? Na wat gesprekjes met lieve collega docenten en een fysiotherapeut-vriendin ben ik er achter: door me over te geven aan hoe het is. Maar vooral te stoppen me te verzetten. Hoe meer ik me verzet en hoe meer ik “mijn rug recht”, hoe meer spanning en hoe meer pijn dat geeft. Tot die rug het echt welletjes vond en in staking ging. Als een kind dat geen aandacht krijgt en tenslotte krijsend in de supermarkt op de grond gaat liggen. Overgave dus.Valt niet mee, hoor. Voelt toch een beetje als gezichtsverlies, als je als yogadocent geen kant meer op kan. Schoorvoetend heb ik het mijn cursisten verteld en dat ik mijn lessen niet goed mee kan doen. En waar ik nou bang voor was weet ik niet maar louter lieve en begripvolle reacties. En ieder nadeel heeft zijn voordeel: voor hun is het een mooie oefening meer te vertrouwen op zichzelf en te merken dat ze niet altijd een voorbeeld nodig hebben. Nu we de overgave en aanvaarding hebben gehad wacht de volgende uitdaging: liefde en geduld. Liefde voor en geduld met mezelf en mijn herstel. En wie denkt dat dit allemaal nog passief is vergist zich, dat is keihard werken! Je zou er een kromme rug van krijgen…

donderdag 12 september 2013

Zweverig


 
Het nieuwe yogaseizoen is begonnen. En zoals ieder jaar wil iedereen na een lange, luie zomer weer gezond bezig zijn. Dus een flink aantal mensen die een proefles willen komen doen. Altijd leuk! En voor mij een uitdaging of ik ze enthousiast kan maken en ervoor kan zorgen dat ze blijven. Sommigen moeten écht een drempel over. Wat ik vaak hoor is dat ze bang zijn dat het “zweverig” zal zijn. Gelukkig komt de yoga steeds meer los van dit imago en raakt zelfs de medische wereld steeds meer overtuigd van de positieve werking van yoga. En, heel belangrijk, het is altijd wat de docent er zelf van maakt! Ik heb ervoor gekozen mijn lessen toegankelijk te houden, mijn cursisten juist weer met beide benen op de grond te krijgen. Te laten “aarden”, maar dat klinkt natuurlijk weer behoorlijk zweverig. We zitten zo veel in ons hoofd met zijn allen. Deze tijd kent veel  prikkels, veel mogelijkheden en daardoor veel keuzestress. En piekeren zijn we ook goed in. Dit geeft allemaal onrust in het hoofd en we raken de aansluiting met ons lichaam soms helemaal kwijt. Pijntjes, ongemakken, emoties worden het liefst genegeerd want we moeten door, door, door…  Voor mij is yoga niet meer dan letterlijk even stilstaan, je bewust worden van hoe het lichamelijk en geestelijk met je gesteld is en te leren hoe je (vaak onbewust) opgebouwde spanning kunt loslaten. Daar heb je een matje, jezelf en je adem voor nodig. Meer niet. Oh ja, en natuurlijk bereidheid. Bereidheid je er aan over te geven en je (voor)oordelen even opzij te schuiven. Al is het maar een uurtje per week. En daar hoef je echt niet lenig voor te zijn. Ook zo’n misverstand. In het Yoga Magazine stond een mooie quote: Yoga gaat niet over het aanraken van je tenen, maar om wat je leert op de weg naar beneden (en dus  níet naar boven!). Kortom: yoga is niet zweverig, je hoeft er niet lenig voor te zijn en wie het hardst roept Yoga, dat is niets voor mij!, zou er weleens hard aan toe kunnen zijn!  

 

maandag 17 juni 2013

Hoera, het is bewolkt!


 
Ik had er nog nooit van gehoord: cloud spotting! Wel van train spotting, het spotten van vliegtuigen, vogels, mensen, en dan vooral vanachter je zonnebril op een terras, maar dit was compleet nieuw voor mij. Het artikel in Flow Magazine maakte mij nieuwsgierig. Het vertelt mij dat er een heuse club wolkenspotters bestaat van meer dan 30.000 leden over de hele wereld: The Cloud Appreciation Society. Geboeid las ik verder over deze bijzondere club met hun bijzondere hobby. Wie herkent niet dat gevoel? Als kind, in die eindeloze zomers, liggend op je rug in het gras, kijken naar de wolken? Niets anders dan alleen maar dat? Wolken kijken is een tijdverdrijf dat nergens toe leidt, zegt het artikel, maar dat is nou juist zo fijn, in onze jachtige tijd kan dit soort activiteiten heel goed zijn, een soort mindfulness, het maakt je hoofd leeg. En het is prachtig te zien hoe de lucht steeds verandert, kobaltblauwe luchten met stapelwolken, donderwolken in felroze licht, spierwitte wolkendekens als romig slagroom en natuurlijk de prachtige luchten bij ondergaande zon. Ik hoor je al denken, daar heb ik toch geen tijd voor, om een beetje naar de lucht te gaan zitten staren? Maar we staren wel de hele dag naar onze telefoon. Ik vind het zo gek nog niet. En dan lees ik ook nog dat Nederland de mooiste wolkenluchten heeft van de wereld. Het vele water dat ons landje omringt zorgt voor een prachtige reflectie en uitzonderlijk mooi licht, met de Veluwe als beste plek. Boffen wij even! De enthousiaste leden van de club vertellen dat kijken naar de wolken hun een instant vakantiegevoel geeft, of je nou uit je raam kijkt als je opstaat of uit je raampje in de file. Goh, dit werpt toch een ander licht op een bewolkte hemel. Vooral op je vakantie adresje, in een warm land, waar ze áltijd zon beloven, en jij op je ligbedje de wolken ligt weg te kijken…